Welke indicatoren horen in een gemeentelijk integratiedashboard

Een gemeentelijk integratiedashboard werkt met drie soorten indicatoren: procesindicatoren uit de eigen uitvoering (de termijn tot het PIP, participatie-uren tegenover de norm, stilstand in trajecten), resultaatindicatoren over werk, opleiding en uitkering, en CBS-cijfers om de eigen gemeente met andere te vergelijken.
Waarom indicatoren nu tellen
Het doel van de Wet inburgering 2021 is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in Nederland en daarnaast zo snel mogelijk werk vinden. De gemeente begeleidt hen daarbij: met een brede intake, een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) en een van de drie leerroutes. Een dashboard moet dus meer laten zien dan of de uren zijn gemaakt. Het moet laten zien of iemand werkt, leert of meedoet.
De tussenevaluatie van de wet (januari 2026) maakt dat concreet. De wachttijden voor inburgering zijn te lang, gemeenten hebben soms moeite om goede participatieplekken te vinden, en de staatssecretaris gaat met gemeenten in gesprek over streefcijfers en de registratie van opleiding en werkervaring. Wie die cijfers nu al bijhoudt, hoeft straks niet terug te zoeken.
Er is nog een reden. Het CBS schrijft op zijn pagina over de Statistiek Wet Inburgering dat de kwaliteit van de dataleveringen van gemeenten tegenvalt en dat de kwaliteit van veel kenmerken onvoldoende is, met software, personele bezetting en afhankelijkheid van externe partijen als oorzaken. Een dashboard is daarmee ook een kwaliteitsinstrument: wat je per kwartaal aan het CBS levert, zie je zelf als eerste.
Drie soorten indicatoren in één tabel
Een bruikbaar integratiedashboard combineert procesindicatoren uit de eigen registratie, resultaatindicatoren over werk en opleiding, en contextcijfers van het CBS. De tabel zet ze naast elkaar, met de bron en hoe vaak het cijfer ververst.
| Indicator | Wat het meet | Bron | Ververst |
|---|---|---|---|
| Termijn tot het PIP | Dagen tussen vestiging en het vastgestelde PIP | Eigen regiesysteem; de PIP-gegevens gaan binnen 10 werkdagen naar DUO | Per deelnemer |
| Verdeling over leerroutes | Aandeel B1-route, onderwijsroute en Z-route, plus wisselingen | Eigen registratie | Per kwartaal |
| Participatie-uren tegenover de norm | Opgebouwde uren naast de norm uit het PIP | Registratie aan de bron, bij de ketenorganisatie | Direct |
| Stilstand | Deelnemers zonder uren of activiteit in de afgelopen weken | Registratie aan de bron | Wekelijks |
| PVT en MAP afgerond | Ondertekend of afgerond, en binnen welke termijn | Eigen registratie | Per deelnemer |
| Werk, opleiding, uitkering | Aandeel met betaald werk, in opleiding, met bijstand | Eigen bijstandsbestand; CBS Statistiek Wet Inburgering | Per kwartaal; CBS jaarlijks |
| Inburgeringsplicht voldaan | Aandeel van het cohort dat klaar, ontheven of vrijgesteld is | Portal Inburgering van DUO; CBS | Per kwartaal |
| Vergelijking met andere gemeenten | Dezelfde cijfers voor vergelijkbare gemeenten | CBS-dashboard SWI; gemeentelijke benchmark | Jaarlijks |
Procesindicatoren: wat de gemeente zelf meet
Procesindicatoren komen uit de eigen uitvoering en zijn de enige cijfers die je vandaag kunt zien. Ze horen daarom bovenaan het dashboard, per deelnemer en per klantmanager.
Termijn tot het PIP
Het PIP is het plan met de leerroute en de afspraken over taal en participatie. Volgens de Statistiek Wet Inburgering 2024 van het CBS had 95 procent van de asielmigranten uit cohort 2022 eind 2024 een PIP, en van hen kreeg vier op de tien het binnen tien weken na vestiging. Divosa meldt in de vraag-en-antwoordpagina over informatievoorziening dat gemeenten de PIP-gegevens binnen 10 werkdagen aan DUO aanleveren. In je dashboard is de termijn tot het PIP dus een cijfer per deelnemer, met de mediaan per team ernaast.
Participatie-uren tegenover de norm
Participatie-uren zijn de uren die een inburgeraar maakt bij een ketenorganisatie, zoals een buurthuis, taalcafé of vrijwilligersorganisatie. In de Z-route zijn dat volgens de voorwaarden van DUO minimaal 800 uur, inclusief het participatieverklaringstraject en de module arbeidsmarkt en participatie. De indicator is simpel: opgebouwde uren naast de norm uit het PIP, per deelnemer en per ketenorganisatie. Het cijfer is zo betrouwbaar als de registratie: aan de bron, op de dag dat iemand aanwezig was, en niet achteraf overgetypt uit een maandlijst.
Stilstand
Een deelnemer zonder uren of activiteit in de afgelopen weken is vaak het eerste signaal dat een traject vastloopt. Omdat de tussenevaluatie noemt dat participatieplekken moeilijk te vinden zijn, laat deze indicator per ketenorganisatie zien waar het aanbod ontbreekt, en niet alleen welke deelnemer achterloopt.
Resultaatindicatoren: werk, opleiding, uitkering
Resultaatindicatoren zeggen of de inburgering het doel van de wet haalt: meedoen en werk.
De Statistiek Wet Inburgering 2024 laat zien hoe die cijfers er landelijk uitzien: van de asielmigranten uit de cohorten 2022 en 2023 had ruim een kwart van de mannen en een op de tien vrouwen in het eerste jaar na vestiging werk, en ongeveer 90 procent van cohort 2022 ontving in dat eerste jaar een uitkering, meestal bijstand. Eind 2024 had 4 procent van cohort 2022 aan de inburgeringsplicht voldaan: 1.100 van 25.900 mensen, de meesten via de B1-route. Het grootste deel zat nog in het traject.
Die cijfers komen één keer per jaar en zijn voorlopig. Voor een dashboard dat je per kwartaal bijwerkt, haal je werk en uitkering uit het eigen bijstandsbestand en registreer je opleiding en werkervaring zelf, de twee gegevens waar het Rijk om vraagt bij de streefcijfers. Houd de definitie gelijk aan die van het CBS, zodat je eigen cijfer later naast het landelijke past.
Contextcijfers: vergelijk je gemeente
Contextcijfers zetten de eigen gemeente naast vergelijkbare gemeenten en komen van het CBS. Het Dashboard Statistiek Wet Inburgering toont per cohort, en voor een deel van de cijfers per gemeente, hoe het inburgeringsplichtigen vergaat op het terrein van de inburgeringsplicht, het inburgeringstraject, arbeidsparticipatie, onderwijs en uitkeringen, met gegevens tot en met december 2025. De gemeentelijke benchmark inburgeringsplichtigen (september 2026, bekostigd door Divosa, Stimulansz en BMC) geeft per gemeente de samenstelling van het cohort, opvang, vestiging, onderwijs, werk, inkomen en jeugdzorg, plus een aparte set over het inburgeringstraject onder de nieuwe wet.
Let op wat er landelijk verdwijnt. De Kernindicatoren Integratie 2026, die het CBS jaarlijks voor het ministerie van SZW maakt, bestaan sinds dit jaar nog uit drie indicatoren: netto arbeidsparticipatie, werkloze beroepsbevolking en het aandeel leerlingen op havo/vwo in leerjaar 3. Negen eerdere indicatoren, waaronder bijstand, inkomen en gezondheid, zijn per 2026 vervallen. Wat je lokaal wilt weten, moet je dus zelf vastleggen.
Zo kies je indicatoren die blijven kloppen
- Eén indicator per beslissing. Elke regel in het dashboard hoort bij een keuze van de klantmanager, de beleidsmedewerker of het college. Een cijfer zonder beslissing erachter kun je schrappen.
- Meet aan de bron. Uren, aanwezigheid en afspraken legt de deelnemer of de ketenorganisatie vast op het moment zelf. Overtypen uit lijsten is een grote bron van fouten.
- Definieer elke indicator. Wat telt als participatie-uur, wie keurt goed, vanaf welke datum telt het cohort. Gebruik de definities van DUO en het CBS, dan sluit je levering aan.
- Werk per cohort. Het CBS telt cohorten vanaf de datum waarop DUO de inburgeringsplicht vaststelt. Doe je dat ook, dan zijn je cijfers vergelijkbaar.
- Regel de privacy vooraf. Voortgangsgegevens zijn persoonsgegevens: rolgebaseerde toegang, een verwerkersovereenkomst en een DPIA. Hoe dat werkt lees je in participatie-uren AVG-proof monitoren.
Hoe je zo'n dashboard stap voor stap inricht, staat in inburgeringstrajecten volgen met een gemeentelijk dashboard.
Waar Taaly past
Taaly is de digitale integratieassistent voor nieuwkomers en levert de procesindicatoren over participatie. Deelnemers checken met een QR-code in bij de ketenorganisatie, de gemeente of de organisatie die zij daarvoor heeft aangewezen keurt de uren goed, en het dashboard voor gemeenten toont de opgebouwde uren tegenover de norm per deelnemer, route en ketenorganisatie, op het moment zelf. Een gemiste check-in voegt de deelnemer in de app toe of de klantmanager in het dashboard. 12 gemeenten registreren uren via Taaly; in de eerste gemeentelijke pilot leverde de urenregistratiemodule 80% minder administratie op.
Wat Taaly niet doet, hoort er ook bij. Het Taaly-dashboard bevat geen cijfers over werk, opleiding of uitkering, en Taaly levert niet aan DUO of het CBS. Die cijfers komen uit het regiesysteem, het bijstandsbestand en de CBS-publicaties hierboven. Taaly zorgt dat de bron voor de participatie-uren op orde is, zodat de rest van het dashboard daarop kan bouwen.
Bekijk hoe de urenregistratie werkt en plan een kennismakingsgesprek.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de belangrijkste indicatoren voor succesvolle integratie in een gemeentelijk dashboard?
Drie groepen. Procesindicatoren uit de eigen uitvoering: termijn tot het PIP, verdeling over de leerroutes, participatie-uren tegenover de norm, stilstand en afronding van PVT en MAP. Resultaatindicatoren: aandeel met betaald werk, in opleiding, met een uitkering en het aandeel dat aan de inburgeringsplicht heeft voldaan. Contextcijfers van het CBS om je gemeente met vergelijkbare gemeenten te vergelijken.
Hoe verzamelen en verwerken gemeenten data over maatschappelijke participatie van nieuwkomers?
Aan de bron: de deelnemer of de ketenorganisatie legt uren en aanwezigheid vast op het moment zelf, de gemeente of een aangewezen organisatie keurt ze goed, en het regiesysteem of een participatie-app zet ze naast de norm uit het PIP. De PIP-gegevens gaan naar DUO, de trajectgegevens elk kwartaal naar het CBS. Verwerking valt onder de AVG: rolgebaseerde toegang, een verwerkersovereenkomst en een DPIA.
Welke methoden zijn er om de voortgang van inburgeringstrajecten inzichtelijk te maken?
Spreadsheets of lijsten, een regiesysteem, of een participatie-app met dashboard waarin de deelnemer incheckt bij de activiteit. Ze verschillen vooral in hoe snel je ziet dat een traject vastloopt. Een vergelijking van de drie staat in het artikel over inburgeringstrajecten volgen met een gemeentelijk dashboard.
Hoe actueel zijn de CBS-cijfers over inburgering?
De Statistiek Wet Inburgering verschijnt jaarlijks met voorlopige cijfers, aantallen onder de tien worden daarin niet getoond, en het dashboard van het CBS loopt tot en met december 2025. Voor sturing per kwartaal heb je dus eigen registratie nodig; de CBS-cijfers gebruik je om te vergelijken.
Welke gegevens levert de gemeente zelf aan het CBS?
Gemeenten leveren elk kwartaal trajectgegevens voor de Statistiek Wet Inburgering, volgens de richtlijnen van het CBS. Welke kenmerken dat zijn en hoe de levering aan DUO en het CBS uit elkaar loopt, lees je in participatie-uren rapporteren aan het Rijk.