Team Taaly31 okt 2026 · 7 minuten leestijd

Participatie-uren rapporteren aan het Rijk: zo werkt het voor gemeenten

Participatie-uren rapporteren aan het Rijk: zo werkt het voor gemeenten

Gemeenten rapporteren participatie-uren niet aan één loket van het Rijk: de afronding van de Z-route gaat na het eindgesprek naar DUO via de Portal Inburgering, en de trajectgegevens gaan elk kwartaal naar het CBS. Een betrouwbaar systeem registreert de uren aan de bron en levert beide loketten zonder overtypen.

Wat het Rijk van gemeenten wil weten

Sinds de Wet inburgering 2021 begeleidt de gemeente elke inburgeringsplichtige: van de brede intake tot het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) en de keuze van een leerroute. Het doel van de wet is dat inburgeraars zo snel mogelijk meedoen in Nederland. Het Rijk wil daarom weten of dat lukt, en daarvoor heeft het gegevens van gemeenten nodig.

Een zware registratieplicht zit in de Z-route. Volgens de voorwaarden van DUO bestaat die route uit minimaal 800 uur les in Nederlandse taal en Kennis van de Nederlandse Maatschappij, minimaal 800 uur participatie inclusief het participatieverklaringstraject, en een eindgesprek met de gemeente. Divosa schrijft in de handreiking Participatie in de inburgering dat gemeenten verplicht zijn die participatie-uren nauwkeurig bij te houden, omdat ze moeten aantonen dat de inburgeraar aan de eisen voldoet.

Twee loketten: DUO en het CBS

Een gemeente levert over inburgering aan twee organisaties van het Rijk: DUO voor de uitvoering per persoon en het CBS voor de statistiek over alle trajecten. De tabel laat zien welke gegevens waarheen gaan en op welk moment.

GegevensstroomWatWanneerHoe
DUO, Portal InburgeringPIP, leerroute en niveau, deelgenomen uren taalles en KNM, ondertekening PVT, afronding MAP, afronding Z-route na het eindgesprekPIP binnen tien werkdagen na vaststelling; wijzigingen zodra ze zich voordoenHandmatig in de portal (Plateau 1)
CBS, Statistiek Wet InburgeringPersoons- en trajectgegevens: intake, PIP-datum, leerroute, begin- en einddatum, PVT, MAP, boetesElk kwartaal, binnen vier weken na afloopXML-bestand via het beveiligde dataportaal van het CBS
Eigen verantwoordingParticipatie-uren per deelnemer, activiteit en ketenorganisatie, goedgekeurd door de gemeenteDoorlopend; bij het eindgesprek en bij de jaarrekeningEigen registratie en regiesysteem
BeleidsinformatieDoorlooptijden, uren per maand, uitval, aandeel per route en per partnerPer kwartaal of per jaar, voor college en raadRapportages uit de eigen registratie

DUO: de uitvoering per inburgeraar

In de Portal Inburgering geeft de gemeente per persoon door wat DUO nodig heeft om de inburgeringsplicht te volgen. Volgens de handleiding Portal Inburgering van DUO (versie juni 2026) moet het PIP binnen tien werkdagen na vaststelling worden doorgegeven, en daarna volgen de leerroute, de deelgenomen uren taalles en KNM, de ondertekening van het PVT en de afronding van de MAP. Voor de Z-route rapporteert de gemeente na het eindgesprek aan DUO, schrijft Divosa in de handreiking Leerroutes; de datum van het eindgesprek wordt na twee weken definitief en beëindigt de inburgeringsplicht. Bij een overschrijding van de termijn beoordeelt DUO het aantal deelgenomen uren tegenover het aantal geschatte uren.

Wat DUO ontvangt zijn datums en totalen. De onderbouwing, welke deelnemer op welke dag bij welke organisatie uren maakte en wie dat goedkeurde, staat niet in de portal. Die blijft bij de gemeente, en daar komt elke vraag van DUO, de accountant of de raad op uit. Daarom is de eigen urenregistratie geen bijzaak maar de basis onder de melding aan DUO.

CBS: de statistiek over alle trajecten

Elke gemeente levert elk kwartaal gegevens aan het CBS voor de Statistiek Wet Inburgering (SWI), waarmee het ministerie van SZW de wet monitort en evalueert. De richtlijnen SWI 2026 noemen artikel 39 van de Wet inburgering 2021 als grondslag en beschrijven 38 kenmerken, waaronder de datum van het PIP, de leerroute, de begin- en einddatum van de route, de ondertekening van het PVT, het eindgesprek van de MAP en opgelegde boetes. De aanleverperiode start direct na het kwartaal en duurt maximaal vier weken. Het bestand is een XML dat uitsluitend via het beveiligde dataportaal van het CBS wordt geüpload.

In de kenmerkenlijst staat geen apart kenmerk voor participatie-uren; alleen de uren taalles en KNM uit de intakefase worden gevraagd. De statistiek volgt de stappen van het traject, niet de uren erachter. Wie een vraag van de raad of de accountant over gemaakte uren wil beantwoorden, heeft dus een eigen bron nodig die per deelnemer en per activiteit klopt.

Plateau 2: van handmatig naar automatisch

De uitwisseling met DUO verloopt vandaag nog handmatig via de portal. Dat verandert. De VNG werkt met DUO en het COA aan Realisatie Plateau 2 (RP2): geautomatiseerde en gestandaardiseerde berichtenuitwisseling tussen gemeente, DUO en COA. Het landelijke project zit in een pilotfase; de bredere implementatie start naar verwachting in de eerste helft van 2027, waarna gemeenten zich kunnen aansluiten.

Gemeenten krijgen via de decembercirculaire budget voor de aansluiting in 2027 en de voorbereiding in 2026.

Voor je keuze van systemen betekent dit twee dingen. Het regiesysteem waarmee je met DUO praat moet straks de machinekoppeling aankunnen. En elk systeem waarin participatie-uren ontstaan, bij de gemeente of bij een ketenorganisatie, moet die uren schoon kunnen aanleveren aan dat regiesysteem. Een losse spreadsheet per partner doet dat niet.

Vijf eisen aan een systeem voor participatie-uren

Een systeem rapporteert betrouwbaar als de uren die eruit komen zonder nabewerking standhouden bij DUO, het CBS, de accountant en de deelnemer zelf. Dat vraagt om vijf dingen.

  1. Registratie aan de bron. De deelnemer checkt in op het moment en de plek van de activiteit, bijvoorbeeld met een QR-code. Uren die een week later uit het geheugen worden ingevuld, zijn niet te verantwoorden.
  2. Goedkeuring met een spoor. De gemeente, of de organisatie die zij daarvoor heeft gemandateerd, keurt uren goed. Het systeem bewaart wie wat wanneer heeft goedgekeurd en gecorrigeerd.
  3. Koppeling aan de norm. Per deelnemer is zichtbaar hoeveel uren er staan tegenover de norm uit het PIP, zodat je ziet wie op koers ligt voordat het eindgesprek nadert.
  4. Rollen en AVG. Een ketenorganisatie ziet alleen haar eigen activiteiten en deelnemers; het BSN blijft bij de gemeente. Een verwerkersovereenkomst en een DPIA horen bij de inrichting, niet bij de nazorg. Hoe je dat regelt staat in participatie-uren AVG-proof monitoren.
  5. Uitwisselbaar. Totalen per deelnemer, per kwartaal en per ketenorganisatie moeten zonder handwerk in het regiesysteem van de gemeente terechtkomen, en daarmee in de melding aan DUO en de kwartaallevering aan het CBS. Meer criteria voor de selectie staan in acht criteria voor gemeenten.

Van verantwoording naar beleidsdata

Dezelfde uren die je voor DUO en het CBS op orde hebt, vertellen college en raad hoe het inburgeringsbeleid werkt. Let wel op het woord: maatschappelijke participatie van inburgeraars is iets anders dan burgerparticipatie. Tools voor inspraak en bewonerspanels helpen hier niet; je hebt de registratie van participatie-uren nodig.

De tussenevaluatie van de Wet inburgering (januari 2026) noemt lange wachttijden voor de start van een traject, moeite om geschikte participatieplekken te vinden en een stroeve stap naar betaald werk. Met je eigen registratie kun je per gemeente laten zien waar dat speelt: de tijd tussen PIP en eerste participatie-uur, het aantal uren per deelnemer per maand, welke ketenorganisaties uren opleveren en waar trajecten stilvallen. Dat zijn de indicatoren waarmee je een participatieprogramma bijstuurt, en die het Rijk nu nog niet uit de statistiek kan halen.

Waar Taaly past

Taaly is de digitale integratieassistent voor nieuwkomers, met urenregistratie voor gemeenten. Deelnemers registreren participatie-uren via een QR-code bij de activiteit; de gemeente of de ketenorganisatie die zij daarvoor heeft aangewezen keurt de uren goed, en gemeenten en ketenorganisaties zien de stand in real time in plaats van achteraf. Een gemiste check-in kan de deelnemer in de app toevoegen of de klantmanager in het Taaly-dashboard. Verwijdert een deelnemer met gemeentelijke toegang zijn account, dan blijven de geregistreerde uren drie jaar bij de gemeente beschikbaar voor de verantwoording.

Taaly meldt niets zelf aan DUO of het CBS; dat blijft de taak van de gemeente vanuit het eigen regiesysteem. Wat Taaly doet is de bron op orde houden. 12 gemeenten registreren uren via Taaly, en in de eerste gemeentelijke pilot leverde de urenregistratiemodule 80% minder administratie op. Omdat taal oefenen, activiteiten via Taaly Meedoen en urenregistratie in dezelfde app zitten, ziet de deelnemer zelf hoe de uren groeien richting de norm.

Bekijk hoe de urenregistratie werkt en vraag een demo aan voor je gemeente.

Veelgestelde vragen

Welke systemen rapporteren participatie-uren betrouwbaar aan het Rijk?

Geen enkel systeem meldt participatie-uren rechtstreeks aan het Rijk. De gemeente geeft per inburgeraar gegevens door aan DUO via de Portal Inburgering en levert elk kwartaal trajectgegevens aan het CBS. Een betrouwbaar systeem registreert de uren aan de bron, bewaart wie ze goedkeurde en levert totalen per deelnemer en per kwartaal aan het regiesysteem van de gemeente.

Moet een gemeente participatie-uren doorgeven aan DUO?

Ja. De gemeente geeft via de Portal Inburgering het PIP, de leerroute, de deelgenomen uren taalles en KNM, de ondertekening van het PVT en de afronding van de MAP door, en rapporteert na het eindgesprek van de Z-route aan DUO. De onderbouwing van de 800 participatie-uren, per activiteit en per dag, staat niet in de portal; die moet de gemeente zelf nauwkeurig bijhouden om te kunnen aantonen dat aan de eisen is voldaan.

Wat levert een gemeente aan het CBS voor de Statistiek Wet Inburgering?

Elk kwartaal een XML-bestand met persoons- en trajectgegevens: onder meer de datum van het PIP, de leerroute, de begin- en einddatum, het PVT, de MAP en opgelegde boetes. De aanleverperiode duurt maximaal vier weken na afloop van het kwartaal en loopt uitsluitend via het beveiligde dataportaal van het CBS. Het aantal participatie-uren is geen kenmerk in de statistiek.

Kan urenregistratie voor participatieverplichtingen worden geautomatiseerd?

Ja, voor het grootste deel. Check-in met een QR-code op de activiteit, goedkeuring door de gemeente of de gemandateerde organisatie, en automatische totalen per deelnemer tegenover de norm vervangen het overtypen van lijstjes. De melding aan DUO blijft tot de invoering van Plateau 2 handmatig; de bredere implementatie daarvan wordt in de eerste helft van 2027 verwacht.

Hoe gebruik je participatie-data voor gemeentelijk beleid?

Haal uit je eigen registratie de tijd tussen PIP en eerste participatie-uur, het aantal uren per deelnemer per maand, de uren per ketenorganisatie en het moment waarop trajecten stilvallen. Die indicatoren laten zien waar het participatieprogramma hapert en zijn bruikbaar voor college en raad. Burgerparticipatietools zijn hiervoor niet bedoeld; het gaat om maatschappelijke participatie van inburgeraars.